Het bouwmeesterteken

Jacob van Campen Heer van Randenbroek

Jacob volgde een opleiding tot kunstschilder. In 1614 werd hij reeds ingeschreven als meester schilder in het register van het Sint-Lucasgilde.

Jacob van Campen is vooral bekend geworden door de bouw van het stadhuis op de Dam in Amsterdam. Bij de bouw van het stadhuis kreeg hij ruzie met stadsarchitect Stalpaert, de beeldhouwer Quellin en de meester steenhouwer Bosboom. Er was een tegenstelling gegroeid tussen de mensen op het werk en de architect die niet uit het steenhouwers- of metselmeestergilde  was voortgekomen. Het vrije beroep en de naam architect, voor iemand die bouwwerken ontwerpt, kwamen in ons land zo tegen het midden van de 17e eeuw in zwang. Voor die tijd werden grote gebouwen ontworpen door de bekwaamsten onder de gildemeesters. Wie de Onze Lieve Vrouwetoren te Amersfoort of de St. Janskerk in Den Bosch aanschouwt krijgt diep respect voor het kunnen dezer uit de rijen der handwerkslieden voortgekomen bouwkundigen en het is te begrijpen dat zij die in de ambachtelijke sfeer waren opgegroeid met wantrouwen en naijver neerzagen op de theoreticus, de mathematicus, de ingenieur, de intellectueel, de kunstenaar, een schilder nogwel, die zich op hun terrein waagde. Een man, die nooit een troffel in handen had gehad. Zou daar de dieper-liggende oorzaak van de tweespalt liggen?

Veel moeilijkheden kwamen voort uit zijn persoonlijkheidsstructuur. Constantijn Huygens, overigens een vriend en bewonderaar van van Campen noemde hem een ongemakkelijk mens “un homme incommode, un facheux homme a gouverner”.


Bron: Jacob van Campen Heer van Randenbroek


Het is heel goed mogelijk dat Jacob van Campen, als niet ingewijde, zijn bouwkundige rivalen op een intellectuele wijze duidelijk wilde maken dat hij als bouwmeester bekend was met het oude bouwmeesterteken.

Het is opvallend dat hij de drie ‘stippen’ centraal in het huis plaatst tussen de eigenlijk niet uitgewerkte deuren. Nog opvallender is het hele kleine stipje daaronder.



Het lijkt onmogelijk dat dat een raampje is. Wil van Campen hiermee duidelijk maken dat  dat de driepunten niet zomaar zijn, maar deel uitmaken van het driepuntssysteem,  zoals hier is afgebeeld?


Van Campen heeft zelfs nog iets toegevoegd aan het teken.

Normaal bestaat het meesterteken uit 3 ronde stippen. De ovalen zouden duiden op zijn creativiteit. Er is immers maar één cirkel, maar eindeloos veel elipsen.


Het meesterteken aangeduid met de 3 stippen staat voor: wijsheid, kennis van zaken; kracht, de gereedschappen van de bouwmeester en schoonheid, het gebruik van de ‘gulde snede’


Op meerdere panden in Amersfoort komt het meesterteken voor. De tekens vallen net zoals de andere gildetekens niet of nauwelijks op. Je loopt er gemakkelijk aan voorbij, maar ze zijn er wel, zoals bijvoorbeeld op de St-Joriskerk en op de Gerfkamer.


De Bouwmeester


Bouwmeestertekens