De verborgen schat

´Neem 12 delen tin, 6 delen kwik, 7 delen zwavel en 6 delen salmiak. Meng dit en verwarm het tot er geen witte damp meer ontsnapt. Het grauwachtige tin wordt dan veredeld tot het een goudglans aanneemt.´ Met dit alchemistische recept voor het maken van goud, zijn alle financiële problemen opgelost.


Tekst: Kees Schoemaker - Foto’s: Paul Mellaart

Publicatie uit de Vrijmetselarij, jaargang 69, mei 2014, nr. 5

Geheimtaal

Veel van die boeken laten een wereld van beelden zien die zich diep hebben genesteld in het bewustzijn van de mens. Een wereld van geheimtaal met afbeeldingen die verwijzen naar een oeroude wijsheid: de alchemie. Deze oude kunst heeft zijn plaats in een reeks van historische stromingen, maar het begin van de alchemie is in duisternis gehuld. In Babylonië en Perzië wordt alchemie al toegepast bij het bewerken van bepaalde metaallegeringen en het verven van stoffen. Ook is de alchemie al bekend bij de oude Egyptenaren; deze zou naar de mens zijn gebracht door de Egyptische God Thoth, de boodschapper en schrijver van de Goden. Oorspronkelijk is de oude wetenschap van de alchemie nog slechts bij enkele Egyptische priesters bekend, maar in de loop van de tijd is deze leer onthuld en aan de wereld doorgegeven. Door de eeuwen heen streven de alchemisten ernaar om de onedele metalen, in edele om te zetten. Voor de praktisch werkende alchemist vindt dit chemische proces van verandering plaats in de retorten en vaten in zijn laboratorium.


Essentie

Wanneer een alchemistisch proces van dichtbij bekeken wordt, dan wordt de zogenoemde ‘athanor’, een alchemistische kolf met grondstoffen, in een oven geplaatst en dan kan het proces van verandering beginnen. De grote moeilijkheid is de juiste warmtetoevoer. Het vuur, eenmaal ontbrand, mag niet meer uitgaan. Door de verdamping en de terugvloeiende condensatie wordt de grondstof doorspoeld en gereinigd. Tijdens het alchemistische proces ondergaat de inhoud van de kolf een kleurverandering. De inhoud wordt eerst zwart en verandert tijdens het proces in andere kleuren. Vaak worden die kleurveranderingen symbolisch aangeduid met de afbeelding van dieren, bijvoorbeeld een zwaan, feniks of pelikaan. Uiteindelijk wordt de kolf gebroken en is de omzetting van onedel in edel metaal volbracht. Het meest geestelijke bestanddeel, de essentie uit de materie, ook wel genoemd het begin en het einde van alle dingen, de ether of kwintessens, is gevonden.


Geestelijke transformatie

Maar de oude kunst van de alchemie heeft nog andere facetten. In de loop van de tijd komen namelijk verschillende alchemisten voor die zich gaan afwenden van de materialistische (al-) chemische methoden. Zij zoeken de mystieke zijde van Het Grote Werk. Het streven van de alchemie is volgens hen niet zozeer de omvorming van onedel in edel metaal, maar de innerlijke omvorming van de mens; de alchemist zelf. De speurtocht, het waardeloze lood te veranderen in zuiver geel goud, is dan geen hoofdzaak meer. Er is eerder sprake van een vergeestelijking van de stof: van de mystieke transformatie van de alchemist. Hiermee krijgt het alchemistische werk de gestalte van een inwijdingstraject. Deze mystieke, spirituele alchemie blijft wel de alchemistische terminologie van de materiële alchemie gebruiken. Maar de wereldse transmutatie van metalen is dan slechts het symbool van het innerlijke transformatieproces. Vanaf de 15e eeuw leggen vele vooraanstaande mannen in verschillende landen zich toe op de mystieke alchemie. In de 16e eeuw nadert deze haar hoogtepunt.


Eerste fase

Het aantal alchemisten in de 15 en 16e eeuw is te groot om te benoemen, maar er dient een uitzondering te worden gemaakt voor de alchemist Heinrich Khunrath (Hannover, 1560 – 1605). Hij is een beroemd arts, hermetisch filosoof, alchemist en een volgeling van Paracelsus. Naast onderzoeker is hij een groot theoreticus. Hij brengt een synthese tot stand tussen mystiek, spiritualiteit, het religieuze Hermetisme enerzijds en de alchemistische theorieën en experimentele resultaten anderzijds. Het Cultureel Maçonniek Centrum beschikt over boeken en prenten die een beeld geven van de alchemistische werkzaamheden van Heinrich Khunrath. Zijn beroemdste werk is, zoals gezegd, de ‘Amphitheatrum Sapientiae Aeternae - Amfitheater van de eeuwige Wijsheid’. Een editie over de mystieke aspecten van de alchemie met veel illustraties en op grote schaal gepubliceerd in Hamburg in 1609. Het bevat een rijkdom aan beeld -en tekstmateriaal. Khunrath’s Amfitheater vormt een koppeling tussen de spirituele en de materiële alchemie.

Dat boek – één van de meest bekende alchemistische werken - bevat de prent getiteld ‘De eerste fase van het Grote Werk’, beter bekend als het ‘Alchemistisch laboratorium’. Te zien is de alchemist, waarschijnlijk Heinrich Khunrath en zijn voorbereidingen voor Het Grote Werk.

De voorstelling is gevat in een medaillon. Het toont het samengaan van het praktische laboratoriumwerk met de geestelijke inkeer. Wat is verder op de afbeelding te zien? Het laboratorium is ongebruikelijk net, licht en ruim. Alles is gesitueerd in een grote, langgerekte ruimte waar hier en daar spreuken zijn vermeld en alchemistische werktuigen zijn te zien. De ‘athanor’, de kolf op de voorgrond, lijkt klaar te staan om in een speciale oven te worden geplaatst voor distillatie en verbranding van de materie. Hij staat daar als een vertegenwoordiger van de fysieke, psychische en spirituele transmutatie. Op de kolf is vermeld’ Festina lente - Haast u langzaam’ en maant hiermee de alchemist tot geduld in het proces van verandering.Steunend op zuilen, is aan de rechterkant van de afbeelding een laboratoriumgedeelte. Op de schoorsteenmantel is vermeld ‘Wat verstandig wordt herhaald, zal ontluiken’. Aan het plafond hangt een lamp in de vorm van een zevenpuntige ster. De linkerkant van de afbeelding laat de werkzaamheden zien die gericht zijn op de mystieke aspecten van de alchemistische kunst en geeft hiermee een extra dimensie aan de totale afbeelding. Hier lijkt de alchemist zich af te stemmen op de levensstroom van een Hoger Beginsel. Khunrath knielt met gespreide armen voor een gewijde ruimte. Het lijkt wel of hij hiermee een geestelijke toestand wil bereiken, voordat hij aan Het Grote Werk gaat beginnen.


Universele harmonie


In het midden van de afbeelding is op de voorgrond een tafel in de lengte geplaatst. Hierop zijn onder meer muziekinstrumenten en een muziekboek neergelegd. Waarom eigenlijk? Maakten sommige alchemisten zelf muziek of huurden zij anderen in om voor hen te spelen? Of is het een verwijzing naar een muzikale kosmologie, een universele harmonie? Hierbij is de gedachte dat elk voorwerp een eigen klank heeft zodat de hele kosmos wordt opgevat als een muzikale compositie of een gigantisch concert (de ‘muziek der sferen’). Een compositie, die verschillende niveaus van de werkelijkheid met elkaar verbindt. Een andere mogelijkheid is dat de alchemie soms wordt aangeduid als de ‘Ars Musica – muziekkunst. Verscheidene muziekinstrumenten, zoals de lier of de doedelzak – die overigens veel op een distilleerkolf lijkt – worden vaak gebruik als emblemen van het alchemistische werk. Op een andere afbeelding die in het bezit is van het CMC, is de alchemist mysticus Heinrich Khunrath te zien met gespreide armen knielend op een kussen voor een tafel met twee opengeslagen boeken. Onder de tafel zijn een schedel en een zandloper. Binnen in de gewijde ruimte en op de buitenkant van de koepel zijn diverse spreuken vermeld. Rond de alchemist is een cirkel van woorden. Infernoachtige wezens proberen hem te benaderen en van zijn doel af te houden. Links bovenaan de afbeelding breekt door het wolkendek een zon en de donkere wolken verdwijnen. Een engel met een staf in zijn hand daalt af naar de alchemist. Beide afbeeldingen geven aan dat een alchemist in twee werelden leeft: de spirituele en de materiële. En laten zien hoe deze twee samen gaan. De weergegeven symboliek blijft hierbij mysterieus en boeiend. De afbeeldingen roepen een wereld op, voorbij inkt en papier. Ze geven een werkelijkheid weer die meer is dan de afbeelding die te zien is. Het lijkt wel of iets van het verleden is ingebed in het heden, in het nu, ook al is het maar voor even.


Alchemie – transmutatie – vrijmetselarij

De spiritueel georiënteerde alchemie en de speculatieve vrijmetselarij hebben hun zoektocht naar zuivering en loutering gemeen. Ook zijn in de verschillende alchemistische fasen van

de bereiding overeenkomsten te zien met de inwijding in de verschillende graden van de vrijmetselarij. De mystieke zijde van de alchemie wijst op de omvorming van het onedele naar het edele: naar een innerlijke zuiverheid. Maar eerst is daar de zwarte kleur in de kolf. De mens nadert zijn diepste diep. Deze fase is noodzakelijk om aan het eind van het proces zonder weerstand het Licht te kunnen ontvangen. De alchemie reikt symbolisch mogelijkheden en methoden aan waardoor de ziel gereinigd kan worden. Zij leert de mens hoe hij zijn aardse instincten, gesymboliseerd door de onedele metalen, kan veranderen in ‘zuiver goud’. Zo kan alchemie worden gezien als een Kunst, als een Levenskunst, als een Koninklijke Kunst. Dit is een aanknopingspunt met de vrijmetselarij. Want ook de vrijmetselaar werkt aan een omvorming, namelijk die van ruwe steen tot kubieke steen. De vrijmetselaar onderzoekt zijn zielenleven. Hij maakt reizen waarbij obstakels en tegenwerkende krachten symbolisch moeten worden overwonnen: een innerlijke reiniging. In de verschillende fasen daalt de vrijmetselaar af tot in het diepste van zijn wezen en verricht daar arbeid. Reizen en beproevingen dragen bij aan het veranderingsproces. Zo is de vrijmetselaar bezig om aspecten van zichzelf om te vormen.


In de kolf

In de alchemie worden de grondstoffen gereinigd om al het vreemde dat aan de oppervlakte komt, weg te nemen. De grondstof wordt dan in de kolf gebracht en afgesloten. Is hier ook een aanknopingspunt met de vrijmetselarij? Een kandidaat vrijmetselaar wordt enige tijd alleen gelaten in de stilte van De Donkere Kamer: ‘de grondstof wordt in de kolf gebracht’. De kandidaat overdenkt de daar aanwezige symbolen. Ook dit is een onderdeel van het symbolische proces van verandering. In ‘duisternis’ vangt de kandidaat zijn reis aan naar het Licht. Het afleggen van de metalen kan hier worden gezien als een uitwendige symbolische reiniging van materiële voorwerpen. Maar ook in de toegesloten ruimte van de loge komen vrijmetselaren bij elkaar. Ook daar werken zij aan de grondstof, de ruwe steen; het scheiden van het lagere van het hogere om deze twee dan gereinigd weer te verenigen in de kubieke steen. De Vrijmetselaar leert zichzelf kennen met de symbolische inzet van de maçonnieke werktuigen en met als doel inzicht, Licht te ontvangen.


Op doortocht

Alchemie en vrijmetselarij zijn beide geestelijke stromingen die een bijdrage kunnen leveren aan de voltooiing van de mens, van de mensheid, van de wereld. Hierover is nog veel te zeggen. Dit artikel laat het evenwel niet toe om een uitgebreide opsomming te geven van de overeenkomsten. Daarom is beperkt ingegaan op een enkel aanknopingspunt waarbij veel onbenoemd is gebleven.

Alchemist en vrijmetselaar: zij zijn reizigers op doortocht. Zij zoeken niet iets nieuws maar willen een geheim terugvinden waar de volgende spreuk op aansluit: ‘Bezoekt het binnenste van de aarde en door zuivering zult u de geheime, de verborgen steen ontdekken.’


Bron: De verborgen Schat