Oude documenten

Zoals in het voorgaande bleek, het opvallend ontbreken van schriftelijke bronnen uit de middeleeuwen vormt een niet te overkomen hindernis voor ieder, die het gebeuren rond de Tempelorde in Nederland wil beschrijven. Meerdere auteurs merkten dit op. Zo schreef Römer in 1854 (pg. 90) : “...... Zelfs ligt er over haar geheele geschiedenis in die gewesten een sluijer, die nog niet is opgeheven en ook nog niet opgeheven kan worden. Weinig zeer weinig is er van de Hollandsche en Zeeuwsche Tempelieren ter kennis van het nageslacht gekomen. Zij vertoonen zich als nevelgestalten plotseling opgekomen en na een twijfelachtig aanwezen geheimzinnig verdwenen.”

Uit de betrokken tijd stammende documenten, handelend over de Tempelieren in ons land, zijn inderdaad uiterst schaars. Ze blijven beperkt tot enkele tientallen. Zelfs de naam “Tempelier” valt slechts sporadisch aan te treffen.


De middeleeuwse documenten

De volgende contemporaine schriftelijke stukken kwamen tot nogtoe aan het licht:

1157: Oorkonde waarin de bisschop van Utrecht beslist inzake een geschil tussen Hendrik de Tempelier en de pastoor van de parochie Aalburg.

1200: Zeger II van Gent staat gronden bij Zaamslag af aan de Tempelorde. Het betreft een stuk land te Aandijk met alle paarden die leefden in het bos van Ywerie in de vier ambachten.

1214: Hertog Hendrik I van Brabant bevestigt, dat Willem graaf van Megen en zijn zoon Diderik hun allodium te Rixtel hebben overgedragen aan de Templum Domini te Jeruzalem.

1236: Twee oorkonden berichten, dat de preceptor van de provincie Francia van de Tempelorde en de abt van de abdij van Tongerloo via arbitrage een geschil met betrekking tot de begrenzing van een hoeve van de abdij te Alphen hebben geregeld. Broeder Herman van het huis van den Tempel maakte deel uit van de arbitragecommissie.

1245: De abt van de abdij van Tongerloo oorkondt, dat de meester van de Tempel van de provincie Francia heeft toegestaan hun nieuwe hof te Alphen te vergroten met twee roeden lands.

1261: Broeder Jan en broeder Hendrik, tempeliers van Ter Brake, verklaren namens hun orde af te zien van bepaalde rechten op een nalatenschap ten gunste van de abdij van St.-Michiels te Antwerpen.

1269: Schuldbekentenis van Arnold van Wesemale. De schuld zal worden voldaan via de Broeders van het Huis van de Tempel te Trajectum (Utrecht).

1282: Gerard van der Maelstede begiftigt de Tempelorde met landerijen en andere bezittingen ter opbouwing van de Heilige Tempel te Zaamslag.

1288: Schenking van Adelise van Gent aan de Tempelmilitie van Zaamslag.

1289: De schepenen van 's-Hertogenbosch oorkonden, dat de meester van de kommanderij Ter Brake te Alphen goederen te Rixtel en Heesbeen in pacht heeft gegeven aan Alminius van Boxtel.

1300(±): Akte waarin de meester van Ter Braake zich er over beklaagt, dat Godeverd van Bussle en zijn zuster Gertrud, pachters van het goed te Rixtel en Heesbeen, nog nooit `ten hove en quamen`.

1300: Oorkonde van Jan I, graaf van Holland en Zeeland, gericht aan “allen sinen baliuen van northollant ende zuithollant: Wi ombieden ju dat ghi den heren vanden temple onzen lieuen vrienden doet hebben alle hare hereghewaden die gheuallen sijn jof gheuallen binnen juwen baljuscap, doet hier toe so dat vore ons aan desen dinghen neghene claghe come meer.”

1305: De meester van Ter Brake oorkondt: “Wi broder Jan, mijster van der Brake, ontvanger van der herewaden van Hollandt, doe kunt ende orkunde dat Arnout van Berckenrode...........genoich gedaen hevet van der herewade die hij..........”

1307: Gwy van Avesnes, bisschop van Utrecht, antwoordt de Franse koning, dat de Tempelieren in zijn gebied geen huizen hebben, en dat hij hen zal laten arresteren, wanneer zij zijn grondgebied betreden.

1311: Verslag van een onderzoek omtrent de rechten van de Heer van Oosterhout enerzijds en de Orde der Tempeliers als bezitster der kommanderij Ter Brake anderzijds in de beide heerlijkheden.

1312: Willelmus Capllanus in Brederode (pg 88.) tekent aan: “Anno MCCCXII, fratres, per Willelmum de Egmonda, juxta Harlem in silvis constitutti, ad domum sancti Johannis predictam in Harlem se et sua omnia transtulerunt.” De Tempelorde wordt hier niet uitdrukkelijk genoemd, algemeen wordt echter aangenomen, dat hier met “fratres” de Haarlemmer Tempelieren worden bedoeld.

1313: Lijst van de bezittingen en inkomsten verbonden aan de voormalige kommanderij Ter Braake van de Orde der Tempeliers.


Bron: De Tempelorde in de Nederlandse geschiedschrijving