INTERNATIONALE CARRIÈRE VAN JOANNES TOLLIUS

Joannes Tollius (geboren als Jan Tol) was al op jonge leeftijd muzikaal leider in Amersfoort. Toen de stad zich in 1579 aansloot bij de Nederlandse Opstand en de kapel waar hij werkte werd toegewezen aan de protestanten, verloor hij zijn baan. Niet lang daarna zou hij naar Italië vertrekken. Hij werkte in Rieti (1583-1584) en Assisi (1584-1586) als koormeester en in Rome (1586-1588) en Padua (1588-1601) als koorlid (tenor). In 1601 vertrok hij naar Kopenhagen, waar hij een buitengewoon goedbetaalde functie aan het hof van Koning Christian IV kreeg.

REFORMATIE

Zijn biografie belicht het feit dat na 1580, de Noordelijke Nederlanden niet langer fatsoenlijk betaald werk konden bieden aan zangers. Het traditionele muziekopleidingssysteem in Europa was gebaseerd op katholieke religieuze instituties. In de Lage Landen bood de samenwerking tussen de Latijnse scholen en de lokale kerkkoren een perfect onderwijssysteem waarin jonge muzikale talenten zich konden ontplooien. Als resultaat van de reformatie werden deze instituties plotseling afgeschaft. Samen met de economische neergang van de Zuidelijke Nederlanden als resultaat van de migratie van rijke handelaren, zorgde deze institutionele verandering voor het einde van de leidende positie van zangers uit de Lage Landen in Europa. Tollius was daarmee een van de laatste vertegenwoordigers van een uitstervende soort.


Bron:  Op 16 juni  2017 verdedigt Simon Groot zijn proefschrift, waarin hij sporen van het leven en werk van de Amersfoortse musicus Joannes Tollius (ca. 1555-ca. 1620) traceert. De biografie van Tollius laat zien hoe de reformatie bijdroeg aan het einde van de leidende positie in Europa van getalenteerde musici uit de Lage Landen. Tollius, die een succesvolle carrière in Italië en Denemarken had, blijkt een van de laatste der Mohikanen te zijn geweest.